Wortel- en knolgewassen worden in de landbouw en moestuin vaak samen verbouwd, omdat ze dezelfde eisen aan de grond stellen. Bijna alle knolgewassen groeien onder de grond, maar er zijn een paar uitzonderingen (zoals venkel). Ze willen niet teveel stikstof in de grond, want stikstof is vooral bedoeld om bladeren te vormen, en dat hebben deze planten niet per se nodig. Dus een losse, niet te sterk bemeste grond is het beste. Er zijn veel soorten wortels en knolgewassen. We lichten er een paar voor je uit die je op je menu kunt zetten.
Knolgewassen en wortels: groenten uit grootmoeders tijd
Bietjes
Deze rode knolgewassen zijn er trouwens ook in het geel, maar die zie je niet snel bij de supermarkt. Er bestaat ook een rood-wit gestreepte variant, de zogenaamde Chioggia-biet. Bietjes worden meestal een uur gekookt, maar de Chioggia-biet kun je ook rauw eten. Bietjes hebben een soort grondsmaak die niet door iedereen gewaardeerd wordt, maar ze zijn wel supergezond! Dus ze lekker leren klaarmaken kan de moeite waard zijn. Ze zijn rijk aan een bepaalde antioxidant – zeaxanthine – maar bevatten ook een mooie diversiteit aan mineralen zoals kalium, calcium, fosfor, ijzer, koper en zink.
Betaïne
Bieten zijn ook rijk aan een specifieke stof genaamd betaïne. Deze stof bepaalt de rode kleur van de biet. Het wordt in verband gebracht met bescherming van de lever en kan helpen om het homocysteïnegehalte van het bloed te verlagen. Homocysteïne is een meeteenheid om hart- en vaatproblemen te beoordelen. Daarnaast bevatten bieten veel nitraat. Dit wordt door het lichaam omgezet in stikstofmonoxide en kan zo de bloeddruk verlagen. Wil je meer bietjes eten? Verwerk dan de voorgekookte bietjes in een groentesmoothie met een beetje fruit. Ik maak zelf elke ochtend een smoothie met een pluk-bladgroente, zoals andijvie of spinazie, 100 gram biet, een stengel selderij, een schep eiwitpoeder, een pruim voor een zoetje, een avocado en een komkommer. Voor extra vezels en wat vetten voeg ik nog lijnzaad, hennepzaad en zonnebloempitten toe. Et voilà ik zit de hele ochtend vol en heb al een berg groente binnen.
Knolselderij
Knolselderij is niet te verwarren met bleekselderij. Uiteraard passen ze wel binnen dezelfde selderijfamilie. Knolselderij groeit onder de grond en valt onder de knolgewassen. Bleekselderij groeit boven de grond en valt binnen de familie van bladgroenten. Met knolselderij kun je ook van alles bereiden. Denk bijvoorbeeld aan knolselderij met risotto en truffel. Maar het wordt ook vaak gebruikt in erwtensoep. Knolselderij is behoorlijk rijk aan gezonde vezels en vitamine K. Daarnaast zitten er mineralen in zoals kalium, natrium, calcium en fosfor.
Knolvenkel
Venkel is ook een knol; deze groeit boven de grond. Venkel heeft een specifieke anijsachtige smaak, die niet door iedereen gewaardeerd wordt. Het bevat wat B-vitamines en daarnaast mineralen als kalium, natrium, calcium, fosfor en ijzer. Venkel kun je koken, bakken of roosteren in de oven. Wat te denken bijvoorbeeld van deze heerlijke geroosterde honing-mosterdkip met venkel en pastinaak?
Koolraap
Koolraap is een knol met een paarsige buitenkant. Als je hem eet, heeft hij zoet vruchtvlees. Hij is rijk aan mineralen en vezels. Koolraap kan in Indiase, Nederlandse en Italiaanse recepten toegepast worden. Hij is dus heel makkelijk te verwerken. Je kunt hem koken en bakken. Koolraap groeit net onder de grond, terwijl koolrabi (een andere groente), net boven de grond groeit.
Meiraap
Vroeger werd meiraap nog veel gegeten, tegenwoordig is men hem een beetje vergeten in de familie van knolgewassen. Het is een platronde knol met wit vruchtvlees. Hij groeit snel in de tuin en heeft weinig mest nodig. Je kunt hem in het voor- en najaar planten. De bladeren kun je eten als raapstelen. Er bestaan ook wit-roze en gele varianten. Hier een recept voor meiraap met raapsteeltjes.
Pastinaak
Pastinaak vraagt niet veel van de grond en is in de moestuin een vrij makkelijk te kweken groente. Stop hem op tijd in de grond en dan heb je in het najaar een bos pastinaak. Hij bevat veel verschillende voedingsstoffen en is een interessante toevoeging aan je maaltijd. Je kunt er ook van alles mee. Er zit omega 6 in, veel vezels, verschillende B-vitamines, vitamine C, en allerlei mineralen zoals kalium, calcium, fosfor en magnesium. Je kunt er pastinaakfrietjes, soep of een stamppot van maken. Alles even heerlijk.
Radijs
Radijsjes hebben vaak een scherpe wat peperachtige smaak. Deze pittige smaak ontstaat door de vorming van mosterdolie onder invloed van de zon. In de zomer zijn ze dan vaak ook pittiger dan in de winter. Als je de smaak wat wilt verminderen kun je de schil eraf schillen. Wist je trouwens dat de bladeren van de radijs ook eetbaar zijn? Maar niet veel mensen gebruiken het radijsblad in een salade. Radijsjes bevatten ook aardig wat zwavel, net als uien en knoflook. Zwavel is voor ons essentieel voor een goede leverontgifting. Ze zijn verder rijk aan vitamine C, kalium, calcium en natrium en fosfor. Je kunt ze rauw eten of in dunne schijfjes een salade verwerken om die een pittig accent te geven.
Rammenas
Rammenas is een knolgewas dat in diverse soorten leverbaar is. Zo heb je een zomerrammenas en een zwarte ronde winterrammenas. Hij staat ook wel bekend als Japanse radijs of witte radijs. Hij wordt ook veel gebruikt in de Aziatische keuken om bijvoorbeeld kimchi mee te maken. Je kunt hem eten als rauwkost. Zo kun je een soep maken met vergeten groenten zoals rammenas, peterseliewortel en pastinaak. Rammenas is rijk aan allerlei mineralen zoals kalium, calcium, fosfor en vitamine C. Daarnaast is het waardevolle toevoeging voor vezels.
Schorseneren
Schorseneren hebben een hele lange wortel met een donkerbruine schil. Spoel het zand van de schorseneren en schil ze met een dunschiller. Je kunt ze 15 minuten koken en met diverse ingrediënten opdienen. Schorseneren lijken een beetje op asperges, alleen die smaak is wat verfijnder. Ze bevatten relatief veel ijzer en zijn rijk aan de vezel inuline. Daarnaast bevatten ze vitamine C en calcium.
Uien en knoflook
Er bestaan veel soorten uien. Niet alleen witte, gele en rode, maar ook qua grootte kan het alle kanten op: sjalot, zilverui, bosui, lente-ui. Uien en knoflook zijn rijk aan zwavel en vezels, en staan bekend om hun smaaktoevoeging aan het eten en hun antibacteriële eigenschappen. Elke ui kun je op een andere manier in je eten verwerken en heeft weer een andere meerwaarde. Je kunt ze bakken, rauw eten of marineren in azijn om de smaak wat te verzachten.
Wortel
Wortels zijn er in veel varianten. Niet alleen qua kleur, maar ook qua soorten. Er zijn bijvoorbeeld winterwortels, de dikkere soorten, en de bekende peentjes, die vaak dunner zijn. Tegenwoordig zijn er door kruising ook allerlei gekleurde (paarse, gele) wortels te krijgen en kun je in je moestuin ook ronde worteltjes kweken. Wist je trouwens dat wortels van oorsprong wit waren? In de 9e eeuw waren er wel paarse wortels bekend in Centraal-Azië. In de 15e eeuw kwamen er oranje wortels naar Europa. Mogelijk dat men destijds witte en gele wortels gekruist hebben. Wortels staan bekend om hun bijdrage aan goed zicht en gezonde ogen door de aanwezige carotenoïden. Daarnaast dragen ze ook bij aan onze vezelbehoefte én er zit calcium kalium en fosfor in.
Wortelpeterselie
Lijkt op peterselie, maar in dit geval kan dit als wortelgewas gegeten worden. Je kunt hem als groente eten, maar ook gebruiken om gerechten op smaak te brengen. Wortelpeterselie lijkt erg op een pastinaak, maar de smaak is minder zoet. Hij is ook wat kleiner dan een pastinaak. Maak bijvoorbeeld dit recept. De peterseliewortel zit stampvol gezonde voedingsstoffen. Zo bevat hij onder andere vitamine B6 (pyridoxine), een vitamine die een belangrijke rol speelt bij de opbouw en omzetting van eiwitten en koolhydraten in je lichaam.
Nou we hopen dat je wat wijzer bent geworden in de wereld der groenten en knolgewassen! Er zijn zo veel varianten die we niet vaak genoeg op het menu zetten, maar wel heel gezond zijn. Dus mix it up en probeer weer eens wat anders. Veel kookplezier en eet smakelijk!
"*" geeft vereiste velden aan