Anna van Os – firmante
Van alle opvolgers hangen portretten in onze winkel, zoals we vinden dat het hoort. Maar toen Sophie en ik in een oud fotoalbum keken, vonden we ineens een portret van Anna.
Onder de foto stond:
Anna van Os – Van der Pigge; firmante.
Dat laatste woord bleef hangen.
Firmante.
Dat betekent dat Anna daadwerkelijk in de zaak zat. Ze was niet alleen de echtgenote van degene die het bedrijf overnam, maar had zelf een zakelijke rol binnen Van der Pigge.
Hoe hadden we dat al die tijd over het hoofd kunnen zien?
We vertellen regelmatig dat het in die tijd niet gebruikelijk was dat vrouwen een bedrijf overnamen. Dat Anna als oudste dochter niet vanzelfsprekend de opvolger van haar vader kon worden. En dat Joannes van Os door hun huwelijk de zaak voortzette.
Maar het verhaal blijkt dus iets anders te liggen.
Anna was firmante.
Een zaak voor mannen?
Om te begrijpen hoe bijzonder dat was, moeten we even terug naar de tijd waarin Anna leefde.
Het vak van drogist was destijds vooral een mannenberoep. Wie zich inhoudelijk wilde bekwamen in het vak, ging bij een apotheker in de leer. Daar leerde je recepten bereiden, pillen draaien en chemicaliën mengen. Vrouwen werden niet toegelaten tot die opleiding.
En daarmee was Anna op voorhand eigenlijk uitgesloten van een deel van het werk dat bij de drogisterij hoorde.
Ook buiten de drogisterij was de wereld voor vrouwen anders dan nu. Gehuwde vrouwen hadden lange tijd maar beperkte zelfstandigheid en konden niet zomaar hun eigen zaken regelen. Pas in 1956 werden gehuwde vrouwen in Nederland juridisch handelingsbekwaam.
Dat klinkt ons nu bijna onvoorstelbaar in de oren.
Als ik aan mijn eigen oma denk, die aan het begin van de vorige eeuw werd geboren, wordt het ineens heel concreet. Zij heeft nog meegemaakt dat ze niet zelfstandig een paspoort mocht aanvragen of zonder toestemming een eigen bankrekening kon openen.
Mijn oma was mijn held. Ze was heel vroeg weduwe en heeft altijd alles zelf opgelost.
En dan denk je opnieuw aan Anna.
Anna neemt de zakelijke kant op zich
In 1907 verandert er veel.
Joannes van Os heeft een zwakke gezondheid en zijn toestand gaat ernstig achteruit. Hun zoon Anton moet zijn opleiding aan de Bijzondere Handelsschool in Amsterdam voortijdig beëindigen om in de drogisterij te gaan werken.
Anton staat achter de toonbank, maar heeft nog geen vakdiploma. Hij gaat daarom bij een apotheker in de leer om het vak te leren.
En Anna?
Zij wordt medefirmant.
Tegenwoordig zouden we haar rol misschien omschrijven als een soort algemeen directeur.
Er ontstaat een duidelijke taakverdeling. Anton houdt zich bezig met de inhoudelijke kant van het vak: recepten bereiden, pillen draaien, chemicaliën mengen en kennis opdoen over de grondstoffen die in de winkel worden verkocht.
Anna neemt een heel andere, maar minstens zo belangrijke kant van de onderneming op zich.
Ze onderhoudt de contacten met leveranciers en vertegenwoordigers, regelt de financiën en houdt zich bezig met het onderhoud van de verschillende panden.
En dat zijn er nogal wat.
Naast de winkel aan de Gierstraat zijn er pakhuizen aan de Botermarkt, in de Wolstraat en in de Drapenierstraat.
En ondertussen is er natuurlijk ook nog het gezin van Anna en Joannes, met hun drie kinderen: Anton, Henriëtte en Hack.
Ik ben diep onder de indruk van alle bordjes die Anna in de lucht moet hebben gehouden.
De enige firmant
In 1910 overlijdt Joannes.
Vanaf dat moment staat Anna er echt alleen voor. Ze is de enige firmant van Van der Pigge en blijft dat tot 1915.
Pas dan wordt Anton ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. Een jaar later stapt Anna uit de zaak en wordt de winkel, inclusief de pakhuizen, eigendom van Anton.
Daarmee krijgt Anton uiteindelijk de formele leiding over het bedrijf.
Maar de ontdekking van Anna als firmante geeft ons verhaal wel een ander perspectief.
Want wie was hier nu eigenlijk ‘mevrouw Van der Pigge’?
Zeegras en een eigen kantoor
Er zijn nog meer kleine aanwijzingen die laten zien dat Anna veel meer was dan alleen de vrouw van de bedrijfsleider.
Tijdens haar periode in de zaak werd bijvoorbeeld het assortiment uitgebreid met zeegras. In het pand aan de Gierstraat werd de kap verbouwd, zodat er boven de winkel extra opslagruimte ontstond.
Het zeegras werd op zolder opgeslagen en gebruikt als vulmateriaal voor matrassen. Omdat het kon gaan broeien en daardoor brandgevaarlijk was, moest het regelmatig worden gekeerd.
De sporen daarvan zijn nog altijd in het pand te zien.
Ook weten we dat het huidige zijkamertje ooit Anna’s kantoor was.
Later verhuisde het kantoor, waardoor die ruimte bij de winkel kon worden getrokken. Anton en zijn oudste zoon Jan wilden klanten namelijk meer gelegenheid geven om rond te kijken in het assortiment.
Het portret van Anna kwam uiteindelijk juist in dat zijkamertje te hangen.
Op de plek waar zij ooit haar kantoor had.
Een mooie plek voor een vrouw die lange tijd nauwelijks zichtbaar was in ons eigen familieverhaal.
Mevrouw Van der Pigge
Er waren nog verschillende generaties mannen Van Os werkzaam in de zaak: Anton van Os, Jan van Os en later Menno van Os.
Het beeld van Van der Pigge als een mannenzaak bleef daardoor lang bestaan.
Tot er steeds meer vrouwen bij ons kwamen werken.
In het begin moesten klanten daar nog een beetje aan wennen. ‘Ik vraag het wel aan meneer…’ hoorden we regelmatig.
Dat is inmiddels wel veranderd.
Vandaag de dag werken er vooral vrouwen bij Van der Pigge. Niet omdat we dat ooit zo gepland hebben, maar omdat het zo gegroeid is.
We sjouwen dozen, zoeken recepten op, mengen drop, beantwoorden telefoontjes, lossen computerproblemen op, hangen plankjes op en helpen klanten met hun vragen.
We staan ons mannetje.
Of misschien moeten we inmiddels zeggen: we staan ons vrouwtje.
En ondertussen krijgen we steeds vaker post met als aanhef:
‘Geachte mevrouw Van der Pigge.’
Zouden we Anna dan, ruim honderd jaar later, alsnog een beetje op haar plek hebben weten te zetten?